Een ode aan die mooie wereld van toen ik nog klein was.
Als klein meisje geloofde ik altijd heilig in de dingen die mij verteld waren, vooral mijn opa was een ster in het vertellen van verhalen die ieder kind van ouder dan 10 niet meer zou geloven. Ik was een prinses in mijn eigen sprookjesland en alles klopte, nu ik ouder ben denk ik daar nog wel eens met smart aan terug. Tijd dus om nou eens op te schrijven hoe mijn wereldje er toen uit zag!
Het was nog gewoon de tijd dat de wolken die in de lucht dreven gemaakt werden door schoorstenen en smaakten naar suikerspin. Dat de wolken om de aarde draaiden en dat de aarde stilstond. Dat er bovenop diezelfde wolken de engelen leefden die huilde als het regende en wolkengevechten hadden als het sneeuwde.
Het was de tijd dat alleen jongens spinazie aten omdat ze sterk moesten worden en pindakaas gewoon nog werd gemaakt van pinda’s én kaas! De tijd dat je ’s morgens een gulden onder je kussen vond in plaats van een tand en dat deze gulden ook echt van de tandenfee was. De tijd dat je alles kon worden wat je wilde, alles van prinses tot heks tot zangeres. De tijd dat je nog gewoon met je vader kon trouwen en je nergens zorgen over hoefde te maken. De tijd dat Assepoester je lievelingsfilm was en K3 je grote voorbeelden, de tijd dat je opkeek naar de grote mensen die alles van de wereld wisten: je ouders en de juf.
En dan was daar mijn opa, de man met de grote verhalen. Alles wat hij zei geloofde ik heilig, mijn opa was een held! Hij vertelde waar ik bij was aan iedereen dat hij de burgemeester van Zeewolde was, wat ik echter nooit geloofd heb. Wel vertelde hij mij en mijn zusje vaak over die ene keer dat hij in het woud in Noorwegen achterna werd gezeten door echte kabouteretende trollen, welk beschreven stonden in de boeken van Rien Poortvliet. Vol ongeloof luisterde wij dan en uiteraard geloofde ik en mijn zusje heilig in kabouters.
Ook maakte mijn opa me wijs dat er als je de pitjes van een appel inslikte er een appelboom in je buik groeide. Na een tijdje zouden er dan door je oren takken naar buiten komen, ik was dus als de dood dat ik per ongeluk pitjes at, maar niet alleen van appels, ook van druiven, kersen, meloenen en al het andere fruitsoort met pitten. Daarnaast kreeg je volgens mijn opa en mijn vader punt-oren als je teveel mandarijnen at.
Gek genoeg was ik er vroeger altijd van overtuigd dat mijn oma niet kon fietsen of rennen! Ik was dan ook stomverbaasd toen ik mijn oma voor de eerste keer op de fiets zag stappen, ze was voor mij altijd de nette dame geweest, ze droeg enkel rokken en ze wandelde altijd. Ik dacht dat fietsen iets van na haar tijd was en dat ze niet rende kwam omdat oude dames nooit rennen, maar ze kan het weldegelijk.
De eerste keer dat ik echt besefte dat er groene blaadjes aan de bomen zaten was voor mij een magisch moment, ik had alleen nog maar de kale en winterse variant van het bos achter ons huis meegemaakt en was blij verrast door deze schoonheden. Ik vond het helemaal geweldig dat die mannen ’s nachts al die groene blaadjes hadden opgehangen. ‘Mama, zullen ze het voor altijd zo laten?’ vroeg ik dan ook aan mijn moeder. Zij vertelde me dat het ieder jaar weer terugkwam, ik was boos dat ze het er weer af zouden halen, maar natuurlijk verdwenen de blaadjes weer in de herfst.
Mijn wereld was fantastisch, ook al reikte deze niet verder dan het eind van de straat. Meer had ik ook niet nodig. Ik kon op ontdekkingsreis in het bos achter ons huis, mijn oma maakte prachtige prinsessenjurkjes voor me en onder mijn bed hadden ik en mijn zusje ons eigen huisje. Soms vind ik het wel jammer dat het voorbij is: iedereen verlangt toch wel eens terug naar de onbezorgde tijd van het kind zijn. Naar die tijd dat het nog best kon dat je een geadopteerde prinses was, naar de tijd dat je dacht dat de auto kon vliegen als je op een speciaal knopje drukte.
Nu is alles voorbij, de barbies, je theeserviesje en de verkleedjurkjes liggen op zolder, net zoals al die dingen die vroeger zo logisch leken. Die simpele verklaringen voor de levensvragen uit ieders jonge jaren. We zullen ze wel voor altijd moeten missen. Toch zou het zonde zijn als we al die grappige dingen zouden vergeten, dus ga na wat jij altijd dacht, en misschien ontdek je dan iets nieuws.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten